If you fear change…

mei 31, 2012

Salt Water.

mei 29, 2012

Salt Water.

The cure to anything is salt water.
Sweat, tears or the ocean.

-Isak Dinesen-

Hot & Steamy.

mei 24, 2012

579883_10150923009519769_737814768_9295584_810822080_n

Sweet irony. #itslikeprinting #savethetrees #onshinysheetsofpaper

[But then again... I admit: the 'Mobile Sauna Cab(in)s' cóuld have been a hot & steamy new trend in Hipstertown]

Here comes the sun. Didle didle.

mei 24, 2012

Gezocht: m/v met zuidelijk georiënteerd zonnebureau in de buurt van Mechelen. Halftijds ruilvoorstel wegens knapperige rechter- en winterwitte linkerlichaamshelft.

#herecomesthesun #didle #didle #iknowwhatyoudidlastsummer

 

Vorige bericht

mei 21, 2012

Je weet dat je er te veel kilometers met je motor en te weinig met je fiets hebt opzitten als…

- je bij vertrek onbewust in het midden van de weg blijft rijden,
- je net voor elke bocht op zoek gaat naar de richtingaanwijzers,
- je het knietje daarbij potsierlijk mee de bocht in zwiert
- en je bij aankomst tevergeefs op de motor wilt gaan remmen.

#letspimpourbicycle #oldhabitsdiehard #oldrabitsdieeasy

 

Only those who will risk going to far

mei 2, 2012

tumblr_m3107eojIL1qa38cjo1_500

Only those who will risk going too far
can possibly find out how far one can go.

- T.S. Eliot -

This is why I will always hate falling asleep.

april 24, 2012

151433606189825879_uRXHhv15_f

Chuck Klosterman, Sex, Drugs, and Cocoa Puffs: A Low Culture Manifesto

Wandering thoughts, images, sounds.

april 22, 2012

We travel, some of us forever.

Wandering.

maart 24, 2012

Wandering.

from “Wandering” by Hermann Hesse, translated by James Wright

Omdat mijn stiltes sinds mijn schrijven, alleen nog maar uit woord en beeld bestaan.

maart 17, 2012

Het wordt er even
stil tussen de regels.

De wind sust
met zachte knik
van warm
en weemoed,

van bolleboze
wangen aaiend.

Broeflief te klein
voor ‘t grote ophef
verzamelt
zacht gedempte
grotemensenstemmen

en kneepjes,
snoepgoed
en papier.

Want het wordt er voortaan
vast wel vaker even
stil tussen de regels.

Waar leegte nu zo
zichtbaar in twee armen past
en de geur van lente
zoveel aardser is dan hier.

(16 maart, Gent, n.a.v. de minuut stilte als teken van nationale rouw; Zwitserse busramp)

Vingers.

januari 12, 2010

Onder het schrijven kijk ik graag naar mijn handen.
Ze zijn bleek. Lang. Rimpelig.
Met elk exact vijf vingers.

Met alleen maar letters
kan je geen spiegels lijmen
hoogstens een te troosten hart.

Maar angst lijkt minder donker op papier
en ginder anders koud dan hier,
waar ik een pen vasthou
om even languit
naar mezelf te kijken.

(LDR, middernachtkoorts, Gent)

Klooievaars en boemkolen.

oktober 7, 2010

 Een tijdje. Achtendertig weken.

Of. Acht maanden. Vijftien dagen.  En een nacht van zeven lome uren.

Om precies te zijn.

Precies zo lang is het geleden dat ik m’n laatste zelfgevoelde zin neerpende. Precies zo lang is het, sinds de inkt blonk en de taal onstuimig onder dit nu roffelend paar bleke vingers rolde. Precies zo lang. Het wachten. Het woelen. Het weifelende bijten. Nagel na nagel. Het zoeken naar woorden, in de ruimte waar gedachten sneller razen dan papier. Waar je in het donker struikelt over weemoed. Koffiekoppen. Natgekauwde balpendoppen. Daar waar hete letters driftig op de muren kletsen. En je de prop met de vuist de verste hoek in balt.

Achtendertig, waakzame weken. Als een heerlijk rondgedragen zwangerschap. Bol. Schoppend. Een buikgevoel van ongeschreven woorden. Met klooievaars. En boemkolen.

Achtendertig, zacht voortdeinende weken. Als een rups op het tuinpad. Als het beeld van het huis uit het raam van de trein. Wat wazig. Slaapdronken. Ritmisch cadansend. In een warm, tweesporig nest dat je wiegt en je een tijd lang veilig in de verte doet staren.

Tot we nattigheid voelen. Een breuk in het vlies. Een scheur in het blad. Een knik in het spoor. Een Loesje die schreeuwt dat het wél kan. Dat het zoet wordt. En het verdomme goed wordt.

 Een verhaal van stiekem verdwalen in stoffige kamers. Van verlangen. Vroegtijdige nostalgie. Van blootsvoets vechten voor dromen. En die met de klik van het licht in vervulling zien gaan.

Zwoel als bijna naakt.

oktober 14, 2011

Wanneer de lucht later weer wat vaker zachtoranje kleurde en de zomer sluipvoetend uit de eerste bomen kroop, zocht ik liefst een open raam op. Daar was de herinnering aan wat ze zei en hoe ze lachte het tastbaarst dichtbij. Alsof ze zomaar even nonchalant binnenwaaide en haast onvoelbaar langs mijn huid streek. Met gesloten ogen voelde ik het trillen van haar wimpers. Het zoeken van haar vingers. Het strelen van haar grenzen.

Soms waaide ze zwoel en volgde ik het ritme van haar hartslag in mijn languitgestrekte hals. Soms deed ze me naar adem happen en zocht ze mijn lippen op, waarop ze iets zoets en wat onuitgesproken woorden achterliet. Soms waaide ze amper. Soms waaide ze woest. Soms waaide ze winter. En werd ik een onbespeeld decemberstrand, dat voeten mist om naar te happen.

 

 

(Vervolgverhaal “De Zinnen’: dezinnen.wordpress.com)

 

De zoete oorlog van het houden van.

oktober 14, 2011

’s Nachts werd hij vaak met kleine schokjes naast haar wakker. Omdat haar hart bonsde. Haar neus trilde. Haar huid geurde. Zo bewust was hij zich van haar aanwezigheid, zelfs als hij sliep. Soms greep hij in dat schemerdonker naar zijn pen, in een poging om haar die nacht met geslepen letters net iets langer aan zijn weemoedwarme bed te binden. Maar ze was te vluchtig van aard en bleef nooit lang genoeg om zich in zijn woorden te laten vangen. Haar hart was wild en klauwde als een zwerfkat, die nergens echt thuiskwam en meteen weer weg wou, wanneer ze te dicht bij de melk werd gezet.

Wanneer de woorden dan weer samen met zijn adem stokten, ging hij blauwweg op de bedrand zitten. Hij vergat haar adem en probeerde zichzelf op de tast te beschrijven, al herlas hij ’s ochtends vaak een ander. Daarna belandde hij altijd weer roerloos aan haar zij, omdat zij nu eenmaal Zij en hij nu eenmaal Hij was. Omdat haar hart bonsde. Haar neus trilde. Haar huid geurde. En omdat hij in haar spinnend slapen, koppig bleef geloven in de zoete oorlog van het houden van.

(Vervolgverhaal De Zinnen)

Rood

oktober 14, 2011

Ze las er de uren als een boek met rood geborduurde letters, die elke nacht van plaats wisselden.

Soms bladerde ze terug, dacht ze aan wat voorbij was en hoe de dagen toen nog warm en donkerrood van liefde waren. Vaak zocht ze naar woorden die er nooit hadden gestaan en probeerde ze een ander verhaal tussen de regels te lezen.

Ze liet haar vingers vurig over haar papieren grenzen glijden, tot het dezelfde krassen achterliet als toen.

Tot zij weer die grens en hij weer zoekend was.

(Vervolgverhaal De Zinnen)

Met gesloten ogen

februari 22, 2012

Leunt vingerwijzend op het verste hoekje van een
half opgevouwen kaart.
En zoekt nieuw land voor oude dromen.

Als op die volle heuvelrug, laag,
maar altijd zichtbaar.

Waar een ruige wachter,
zacht geschonden
en gehavend liefheeft
wat hij niet langer kan verdedigen.

Maar blindelings
blijft.

Want met gesloten ogen
zie je beter.

Had we but world enough, and time.

februari 28, 2012

Had we but world enough, and time. 

Let us roll all our strength, and all
Our sweetness, up into one ball;
And tear our pleasures with rough strife
Thorough the iron gates of life.
Thus, though we cannot make our sun
Stand still, yet we will make him run.

Andrew Marvell.

© Photography – Lien De Ruyck

Let us go forth, the tellers of tales.

februari 28, 2012

 

‘Let us go forth, the tellers of tales, and seize whatever prey the heart long for, and have no fear. Everything exists, everything is true, and the earth is only a little dust under our feet.’ – W.B. Yeats


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.